publicatie

Jongens en Meisjes

Ongeveer een derde deel van mijn opdrachtgevers in het veld van Onderwijs en Opvoeding aan het Jonge Kind vindt het leuk als ik in een presentatie ook inga op de verschillen tussen jongens en meisjes. En ik doe dat graag want het is een enorm interessant onderwerp. Maar er is iets mee aan de hand: de populariteit er van is ongeveer net zo groot als de complexiteit hoog is. Er zijn, sowieso naar sexe- en genderverschillen enorm veel studies gedaan, dus voordatd je daar een beetje de weg in weet ben je wel een paar maanden verder. Bovendien zul je merken dat de wetenschappers elkaar ook nogal eens tegenspreken.

Voor mijn boek ‘HOERA! Het is een jongen/meisje’ heb ik veel onderzoeken en review gelezen en deskundigen gesproken. En dat heeft me nederig gemaakt (wie mij een beetje kent weet dat dat geen standaardreactie is voor mij), hier is echt geen doorkomen aan!

Inmiddels kan ik er best een goed verhaal over vertellen (ref: artikel in JM verschillen, red R. Diekstra, samen met Lauk Woltring), maar begin toch altijd met en paar relativerende opmerkingen: er zijn inderdaad anatomisch, biologisch en gedragsmatige verschillen. Maar hoe jonger het kind, hoe kleiner, statistisch gezien, die verschillen zijn.

De genderverschillen die we populair rondpraten, zoals ‘vrouwen kunnen niet kaartlezen’, zijn waarschijnlijk of misschien waar bij volwassenen, maar kunnen niet zomaar op kinderen geprojecteerd worden. Hun breinontwikkeling heeft nog jaren te gaan; ze zijn nog niet af. En bovendien zouden we er goed aan doen om ze de ruimte te geven dom te worden die ze zouden kunnen zijn. Zonder de projectie van onze ‘Venus en Mars’ vooroordelen.

 

Geef een reactie