Tag Archives: lezing

breinontwikkeling Betsy van de Grift

Peuter Zijn (the state of being)

Wat is dat toch. Dat immer terugkerende thema dat peuters iets moeten worden wat ze nog niet zijn. En dat de overheid daar het voortouw in neemt.

Er komt een verruiming van de financiering van de wettelijke geregelde kinderopvang in Nederland. Terwijl nu in een gezin beide ouders (of in een eenouder gezin die ene ouder) moeten werken om voor kinderopvangtoeslag in aanmerking te kunnen komen, gaan straks ouders die hun peuter naar de peuteropvang doen en die nìet beiden werken, toch een toeslag krijgen. Via een U-bocht gaat er 60 miljoen naar de gemeenten. Binnen de bestaande financiering wordt er dus een uitzondering voor peuters gemaakt. Voor twee dagdelen per week.

Dat is goed zegt de minister, voor hun ontwikkeling. De Vereniging Nederlandse Gemeenten is blij met het besluit (nog maar een paar maanden geleden dreigde er juist geld voor de zogenaamde voorschoolse programma’s weggehaald te worden bij de gemeentes) en wel in verband met ‘ontwikkelrecht van peuters’ en de voorbereiding op de basisschool.

Laat ik als eerste noteren dat het mooi is dat peuteropvang ook voor ouders die niet beiden werken financieel ondersteund wordt. Al jaren kalven de gemeentelijke subsidies af en op veel plaatsen is er daardoor geen ‘gewone’ peuterspeelzaal meer. In grotere plaatsen is er wel vaak nog een ‘VVE-aanbod’, verrijkingsprogramma’s voor kinderen die in kans armoede verkeren (kans armoede, zo noemen de Vlamingen dat en dat vind ik een mooi woord).

Toch zijn er twee redenen waarom ik persoonlijk niet de vlag heb uitgangen vandaag. Eerlijk gezegd had ik daarvoor wel meer dan twee redenen, maar laat me deze twee in elk gevallen uitleggen.

Vorig jaar heb ik mijn -toen nieuwe- boek ‘Peuteren en Kleuteren’ gepresenteerd met de discussiebijeenkomst ‘De Strijd om de Peuter’. We zijn daar toen ingegaan op de dynamiek rond de opvang en het onderwijs aan jonge kinderen. Hoe juist de peuters in een politiek-bestuurlijk krachtenveld staan, waar de belangen groot zijn. Dit, dit besluit van de minister zal nog zo goed bedoeld zijn en vreugdevol ontvangen worden, tegelijk is het ook een aflevering in die strijd om de peuters denk ik.

De andere reden is veel meer inhoudelijk. En dat is erger en dat zit me nog meer dwars. Want  wat is het toch dat peuters altijd iets moeten wórden. Waarom kunnen ze niet gewoon zijn wie en wat ze juist op die leeftijd zijn. Die leeftijd is niet zomaar een stapje, een treedje op een lange trap. Die leeftijd is een noodzakelijke fase in de brein- en persoonlijke ontwikkeling van alle kinderen, over de hele wereld. De leeftijd waarop een kindje nog vooral vanuit de functies in het binnenbrein leeft en de wereld verkent waar het in leeft.

Peuters kunnen eerlijk gezegd nog heel veel niet. De wereld kan voor hen angstwekkend groot zijn en ze kunnen met veel situaties zelf helemaal nog niet uit de voeten. Hun gedragsrepertoire is nog beperkt en het probleemoplossend vermogen ontwikkelt zich langzaamaan, beetje bij beetje. Peuters zijn vrijwel geheel nog aangewezen op onze hulp om zich wel te bevinden en te leren van de wereld om hen heen. Spanning, onzekerheid en angst kunnen leiden tot flinke gedragsuitingen, zoals driftbuien. De peuterleeftijd is de leeftijd waarop de meeste ouders melden dat zijn problemen hebben met het gedrag van hun kind (Meteen daarna komt in de categorie ‘lastig gedrag’ de puberteit en als je met beide ervaring hebt in je gezin, weet je ook precies waarom dat zo is).

Peuters kunnen hun gedrag nog amper reguleren en hebben daarom eenvoudige gedragsaanwijzingen nodig. Het buitenbrein, de cortex waar de cognitieve en executieve functies zetelen moet nog vrijwel helemaal ‘bedraad’ worden. Die fase van de synaptogenese – de aanmaak van verbindingen tussen de neuronen- zal tussen het ongeveer 7e en 15e jaar plaats vinden. Peuters kunnen dus in vergelijking met oudere kinderen echt heel veel nog niet.

Peuters zijn gewoon peuters. Met hun eigen ontwikkelingsopgave. Die opgave kunnen ze niet overslaan, de noodzakelijke volgorde van de breinontwikkeling kan door geen mens en zeker door geen overheid beïnvloedt worden. En dat moet ook helemaal niemand willen. De juiste randvoorwaarden scheppen voor peuters, om die peuterontwikkeling goed door te komen en optimaal van de leeromgeving te profiteren? Zeker, dat moeten we doen. Met alle macht.

Waarom toch altijd die behoefte om peuters iets anders te laten worden dan ze zijn. Schoolrijp. Voorbereid op de basisschool. Alsof er geen tijd te verliezen valt om ze peuter-af te krijgen.

Het gaat vind ik, bij alle leeftijden maar zeker bij de nog zo beperkte peuters, om ‘the state of being’ en niet om een ‘state of becoming’.

Ik bied een gratis lezing aan bij de NVG om daar nog es iets over te vertellen. Dat zou ik met liefde voor de peuters doen.

publicatie

Jongens en Meisjes

Ongeveer een derde deel van mijn opdrachtgevers in het veld van Onderwijs en Opvoeding aan het Jonge Kind vindt het leuk als ik in een presentatie ook inga op de verschillen tussen jongens en meisjes. En ik doe dat graag want het is een enorm interessant onderwerp. Maar er is iets mee aan de hand: de populariteit er van is ongeveer net zo groot als de complexiteit hoog is. Er zijn, sowieso naar sexe- en genderverschillen enorm veel studies gedaan, dus voordatd je daar een beetje de weg in weet ben je wel een paar maanden verder. Bovendien zul je merken dat de wetenschappers elkaar ook nogal eens tegenspreken.

Voor mijn boek ‘HOERA! Het is een jongen/meisje’ heb ik veel onderzoeken en review gelezen en deskundigen gesproken. En dat heeft me nederig gemaakt (wie mij een beetje kent weet dat dat geen standaardreactie is voor mij), hier is echt geen doorkomen aan!

Inmiddels kan ik er best een goed verhaal over vertellen (ref: artikel in JM verschillen, red R. Diekstra, samen met Lauk Woltring), maar begin toch altijd met en paar relativerende opmerkingen: er zijn inderdaad anatomisch, biologisch en gedragsmatige verschillen. Maar hoe jonger het kind, hoe kleiner, statistisch gezien, die verschillen zijn.

De genderverschillen die we populair rondpraten, zoals ‘vrouwen kunnen niet kaartlezen’, zijn waarschijnlijk of misschien waar bij volwassenen, maar kunnen niet zomaar op kinderen geprojecteerd worden. Hun breinontwikkeling heeft nog jaren te gaan; ze zijn nog niet af. En bovendien zouden we er goed aan doen om ze de ruimte te geven dom te worden die ze zouden kunnen zijn. Zonder de projectie van onze ‘Venus en Mars’ vooroordelen.

 

keynote speaker

Field of expertise

Waar ben jij  van?

Dat vragen mensen me vaak als er ergens een samenscholing is professionals op het gebied van opvoeding en onderwijs. Zijzelf zijn vaak ergens van. Van een scholenkoepel, kinderopvangbedrijf of adviesbureau. Van de branchevereniging, de gemeente of van het ministerie.

‘Ik ben van mezelf’, zeg ik dan. ‘Van jezelf zijn is het mooiste wat er is’, reageerde laatst (voormalig) wethouder Pieter Hilhorst toen ik me samen met hem voorbereide op een lezing over kinderen die in armoede opgroeien, in Pakhuis de Zwijger in Amsterdam. En zo is het. Ik werk sinds 2008 als onafhankelijk adviseur en publicist en heb in die tijd meer genoegen beleefd, meer geleerd en meer bereikt voor jonge kinderen dan die 15 jaar daarvoor toen ik directiefuncties had.

Om te kunnen slagen als kleine ondernemer moet je wel wennen aan een paar dingen en het lastigste vond ik het omgaan met de vrije ruimte: je wilt alles wel doen en je denkt ook dat je (veelzijdig en getalenteerd als je bent) alles wel kunt. Da’s niet waar, om te beginnen, maar dat is vooral ook niet te vermarkten. Je moet ‘anchors’ hebben, velden van expertise. Anders herkent de klant of opdrachtgever niet ‘waar je van bent’.

Bij mij zijn dat binnen het OOJK veld, twee pijlers: Ondernemerschap, en de ontwikkeling van het kinderbrein. Oké, het is een beetje laf, misschien had ik nog meer moeten focussen. Maar het is zo lekker als je een beetje  bewegingsruimte hebt…