Tag Archives: vrouwenemancipatie

deeltijdjuf

DEELTIJDJUF HEEFT HET GEDAAN?

De dag van het onderwijsbestuur was het, 26 mei, waar hoogleraar Onderwijsbestuur aan de universiteit van Tilburg haar essay     “Hoge verwachting, vrije uitvoering, stevige sturing” uitspreekt.

En in dat essay is het gebeurt: er wordt onomwonden aangegeven dat, wil ons onderwijs verbeteren, er ook korte metten gemaakt moet worden met de deeltijdjuf. Ze presteert minder op enkele leerterreinen en de didactische vaardigheden. Hooge verwijst daarvoor naar een rapport van de onderwijsinspectie.

Hooge is bezorgd over het beter maken van het onderwijs en daar is, dat blijkt duidelijk uit haar verhaal, wel noodzaak toe. En dringt ze terecht aan op de drie Grote Verbeteringen waar ze heil van verwacht? Ze wil de beroepsopleiding veel beter maken en bepleit daarvoor een ‘rijksacademie’. Ze wil verder de beroepsstandaard omhoog hebben en voor slechte onderwijzers is er geen plaats meer in de onderwijsstal. Maar dan, dan komt als een duveltje uit een doosje de deeltijdjuf: zij heeft gedaan!

Wat zegt Hooge precies over de deeltijdjuf?

“Ten tweede moet het gegeven dat het personeelsbestand van het basisonderwijs inmiddels voor het overgrote deel bestaat uit vrouwen die in deeltijd werken worden geproblematiseerd. Als vrouwen niet meer dan drie dagen willen werken, betekent dit vaak dat zij het primaat leggen bij (een combinatie van werken en) de zorg voor thuis, in plaats van bij de uitoefening van het beroep van leraar en de continue professionalisering die daarbij hoort. Deeltijdwerkers blijken dan ook niet de beste leraren: zij beheersen algemeen didactische en differentiatievaardigheden gemiddeld minder goed (Inspectie van het Onderwijs, 2014, p. 38).”

De overtuigingskracht die Hooge aan de dag legt in haar essay, schreeuwt om nader onderzoek en ik neem die handschoen op!

Allereerst blijkt de gewraakte passage in het rapport ‘onderwijsverslag 2012-2013’ een ieniemienie stukje te zijn. Je kunt het als screen shot zien boven deze blog.

De onderwijsinspectie tekent in 1 kolom, 8 regels op dat er verschillen zijn gevonden (klasse observaties) tussen leerkrachten en dat die samenhangen met (let nu op!) de beginnende leerkracht, de deeltijdwerkende leerkracht en de oudere leerkracht.

That’s it. En dan weten we nog niet eens of die gevonden verschillen überhaupt van invloed zijn op de onderwijsresultaten ook, trouwens!

In datzelfde rapport meldt de onderwijsinspectie veel meer punten van zorg en wellicht wel veel factoren die veel meer van invloed zijn. Zo scoort Nederland (PISA onderzoek) het hoogst op het percentage onbevoegde leerkrachten voor de klas. En neemt de nascholing en bijscholing van leerkrachten af. Heeft Hooge dat gemist?

Of moeten we de ‘deeltijdjuf’ inderdaad problematiseren, zoals Hooge dat wil?

Uit een grote studie van Driessen (2007), naar de invloed van de feminisering van het onderwijs, blijkt er geen enkel verband te zijn tussen manlijke of vrouwelijke leerkrachten en de onderwijsresultaten van de leerlingen. Aannemelijk lijkt me dat ook al in 2007 de vrouwelijke leerkrachten vaker dan mannen deeltijdwerkten.

En er is dus geen verschil.

Mijn idee: niet doen, dat problematiseren!

Het helpt natuurlijk wel om in 1 dag beroemd en trending te worden, maar het onderwijs lijkt me er niet bij gebaat en de (vrouwelijke) leerkrachten al helemaal niet.

schoolrapport 1e klas

Ik? Provocatief?

Ik heb mijn eerste schoolrapport nog, dat van de 1e klas van de doctor Nawijnschool in Kampen. Geen school waar ik warme herinneringen aan bewaar. Donker, grote lokalen met vooraan rechts, een oliekachel waar de kinderjasjes die ’s ochtends onderweg kletsnat geregend waren, rondom heen gehangen werden. Dat gaf een muffe lucht die ik me nog goed terug voor de geest kan halen. Echt, geen fijne school. De juf van de eerste klas hield er een – waarschijnlijk  zelfs voor die tijd- hardnekkig onderwijskundig principes op na, namelijk dat aandacht en concentratie bij bevel afgedwongen kunnen worden. Niet fijn, dat zei ik al.

Op mijn eerste rapport staan een aantal cijfers voor de vakken waarin les gegeven werd. Geen hoogvlieger die kleine Betsy, gewoon een middenmoter. Maar er is bovenaan de linker bladzijde ook een blokje ‘gedrag’. De juf gaf daar door middel van enkele trefwoorden aan hoe zij het gedrag van de leerlingen beoordeelde in het licht van de schooltaken. Bij mij staat daar: ‘B. praat graag’.

Hoewel ik het niet kan bewijzen, staat voor mij vast dat mijn herinnering aan die periode, dat jaar en misschien zelf die muffige klas met die nare juf, mij heeft gesterkt in wat ik nu ben en in wat ik nu doe.

Nog steeds praat ik graag, heel graag. Voor groepjes, zaaltjes, groepen, zalen. Maar ook aan de keukentafel of bij andere intieme debatten waar je tijdens het praten ook mag eten en gewoon teveel wijn mag drinken. Ik geniet er van als mijn woorden aankomen als beelden. Dat je gewoon kunt zien aan de mensen tegenover je dat iets ‘landt’. Soms zelfs kan ik zien dat ze iets nooit meer gaan vergeten, zoals sommige beelden die ik gebruik bij de presentaties over het kinderbrein.

 

Er zat al jong een kind in mij dat er uit wilde. Ik spreek haar soms nog; niet altijd is ze bereid oogcontact te maken. Maar ze heeft me verder gebracht.

En nooit, nooit laat ik me meer de mond snoeren door een juf met een liniaaltje, hoe dreigend ook in de lucht boven mijn handen gehouden.

Dan weten jullie hoe dat zit, als je me soms een tikkie provocatief vindt.